Ik Thomas



Ik, Thomas.

Er is zoveel gebeurd.
In mijn hoofd zie ik de beelden allemaal terug.
Ik heb misschien wel meer gezien dan ik aankan. Ik doe al nachten geen oog dicht.


Ik wilde het niet zien maar ik wilde hem ook niet in de steek laten.
Niemand mag alleen sterven!
Zijn moeder wilde hem ook niet alleen laten.
Ook al voelde het voor haar alsof ze zelf doorboort werd...
Ze was er toch - met haar vriendinnen.
Nu woont ze bij het gezin van Johannes.
Dat wilde Jezus zelf omdat het niet goed is als je alleen rouwt.
Jezus is vermoord… heeft de vijand gewonnen?


Ik wilde hem niet zien lijden maar ik wilde hem ook niet in de steek laten.
Hij is gemarteld, dat kan je zien.
Zijn rug is kapot geslagen, allemaal bloed.
En die spijkers….
Ik wilde het eigenlijk niet zien maar het moet. Hij hangt daar aan het kruis….
Zijn bloederige naakte lichaam schokte van de pijn.
Hij schreeuwde schor,  hij gilde….
Ik wilde het eigenlijk niet horen maar het moet.


Maar laat ik beginnen bij het begin.
Een paar weken voor zijn dood zegt Jezus opeens: “ik ga naar Jeruzalem!“
Wij schrikken want Jeruzalem is levensgevaarlijk voor de Heer.
Ik zeg tegen de anderen:
“ik ga mee, ik laat Hem niet in de steek.
Al kan dat ook mijn dood betekenen”.
Dus gaan we op weg.
Allemaal samen.
Op weg naar Jeruzalem waar de leiders van het volk wonen.
Zij haten Jezus, hij zal zeker niet welkom zijn.
Ik ben bang, we zijn allemaal bang!


Maar onderweg zegt Jezus tegen ons (ik zal het nooit vergeten):
“Wees niet bang. Vertrouw op God, en vertrouw op mij.
In het huis van mijn Vader is plaats voor heel veel mensen. Daar mag je op vertrouwen.
En als ik voor jullie een plaats klaargemaakt heb, kom ik terug.
Dan neem ik jullie mee, en dan zullen jullie bij mij zijn.
En jullie weten langs welke weg ik zal gaan.”


Ik begrijp er dan niets van. Daarom vraag ik aan Jezus:
“Heer, we weten niet eens waar u naartoe gaat!
Hoe kunnen we dan de weg weten?”
Jezus zegt dan iets wonderlijks, Hij zegt:
Ik ben de weg. Bij mij is de waarheid, en bij mij is het leven.
Je kunt alleen bij God komen als je in mij gelooft.


De dingen die ik tegen jullie zeg, komen niet van mijzelf.
Alles wat ik zeg en doe, komt van mijn Vader.
Als jullie in mij geloven, zullen jullie net zulke wonderen doen als ik.
Ja, zelfs nog grotere wonderen! Want ik ga naar de Vader.
En ik zal doen wat jullie vragen, want jullie horen bij mij.
Zo zal ik de hemelse macht van mijn Vader laten zien.”


Ga ik, Thomas, wonderen doen?
Ik durf het niet te geloven!


Als we na een lange reis eindelijk in de buurt van de grote stad Jeruzalem komen gaat het spannend worden.
Opeens, ik weet niet van waar, komen twee van de leerlingen met een ezelin en een ezelsveulen.
Jezus heeft hen gevraagd om die op te halen.
Hij gaat op het veulen zitten en dan wordt opeens alles anders.
De angst is weg!
We zijn in Jeruzalem, de stad waar God heel dicht bij zijn volk is.
Onze wandeling is opeens een feestelijke optocht geworden.
“Hoera, hosanna!!” roepen we. De angst is weg! Heel veel mensen juichen mee.
Ze leggen jassen en palmtakken op de weg waar Jezus voorbij komt.
Het is feest want Jezus komt Jeruzalem binnen!


Maar als ik de zure gezichten zie van de leiders in Jeruzalem weet ik dat Jezus niet veilig is...


Ik kan hier wel uren zitten om te vertellen wat er die laatste week is gebeurt. Maar dat zullen anderen binnenkort wel opschrijven.


Op een wonderlijke manier heeft Jezus op de laatste avond voor zijn dood een bovenzaal geregeld waar we de paasmaaltijd eten.
Het is een heel gewone paasmaaltijd, tenminste zo lijkt het eerst.
We eten gebraden lamsvlees met bittere kruiden ter herinnering aan de bevrijding uit Egypte eeuwen geleden. We eten matses en drinken wijn.
Het is een feestelijke maaltijd totdat Jezus aan het eind het woord neemt.
“Dit is mijn bloed”, zegt Hij als hij de laatste beker rode wijn rond laat gaan. Maar wat snapten wij daarvan?
Eerder heeft Hij een matse gepakt en stukgebroken.
“Dit is mijn lichaam”, heeft hij gezegd. Ook al zoiets onbegrijpelijks.
Je voelt de dreiging. De dreiging van de dood. Ik zal nooit meer op dezelfde manier Pasen kunnen vieren.
Altijd zal ik bij het drinken van de rode wijn en het eten van matses aan Jezus’ dood moeten denken...


Na de maaltijd gaat het allemaal heel snel. Judas gaat weg - de vuile verrader!!!
Ik zie Judas pas weer als hij Jezus die nacht in de Olijventuin begroet met een kus. Een kus van een verrader!!
Hij heeft Jezus verraden voor wat zilver, waarom?
Ik begrijp het niet!
Jezus heeft alleen maar goed gedaan!
Hij heeft zieken genezen, zelfs doden opgewekt!
Hij leerde over liefde en over vrede!
Ik dacht dat Judas ook een vriend van Jezus was - wat heb ik me vergist!


Het is al weer licht aan het worden als ze Jezus veroordelen. Ik was daar niet bij, Petrus wel - maar als ik hem er naar vraag moet hij alleen maar huilen.


Die dag voor de sabbat is Jezus vermoord.
Ik wilde het niet zien maar ik wilde hem ook niet in de steek laten.
Niemand mag alleen sterven!
Daar hangt hij aan het kruis.
Hoog, eenzaam, koud, dood.


We hebben hem nog diezelfde dag in een graf gelegd.
Ik heb gehuild, gehuild tot ik geen tranen meer had.
Nu is het een paar dagen geleden.
Ik heb nauwelijks geslapen en heb alles opgeschreven.
Eigenlijk wilde ik een punt zetten omdat alles voorbij is. Een punt.


Maar dan komen de anderen mij vertellen dat ze Jezus hebben gezien.
Dat ze met hem hebben gesproken.
Ik was er niet, toen Jezus bij hen kwam
en zij de wonden zagen in Zijn handen,
Ik was er niet, toen iedereen hem zag
Ik wil niet alles zomaar geloven
Ik wil zelf bepalen wat waar is.
Ik wil zien en voelen dat Hij er is


Toen kwam Jezus! ….
En het enige wat ik toen kon zeggen was:
"Mijn God, mijn Heer!"


Punt.