Op de vlucht

Overdenking geschreven voor Kontakt januari 2016:

Op de vlucht.

Na de verschillende aanslagen binnen en buiten Europa in het afgelopen jaar ben ik soms bang. Niet alleen bang voor de terroristen die namens hun god of hun eigen overtuiging anderen vervolgen en doden. Maar ook bang voor de reacties.
Onze eigen reacties en die van anderen. Als ik soms teksten over vluchtelingen lees op internet of zie op de televisie dan vul ik in gedachten op de plekken waar nu ‘moslims’ staat het woord ‘joden’ in. Dat zet alles opeens in een ander licht.

Tussen 1933 en 1940 kwamen er tussen 35000 en 50000 joodse vluchtelingen naar Nederland. De reacties van toen lijken op de reacties van nu. Zo mochten vanaf 1934 Duitse joden alleen tijdelijk in Nederland zijn en mochten ze niet werken. Vanaf 1938 mochten officieel geen joodse vluchtelingen uit Duitsland ons land meer binnenkomen.
De vluchtelingen waren afhankelijk van liefdadigheid en vrijwilligers die zich voor hen inzetten. Zij werden vooral ondersteund door hun geloofsgenoten.

Wat zegt de Bijbel over vluchtelingen of vreemdelingen? Om te beginnen staat er veel in de Wet (de eerste vijf boeken in de Bijbel):

Vreemdelingen mag je niet uitbuiten. Jullie weten immers hoe het voelt om vreemdeling te zijn, omdat jullie zelf vreemdelingen zijn geweest in Egypte.
Exodus 23:9

Iemand die als vreemdeling in jullie land verblijft, mag je niet onderdrukken. Behandel vreemdelingen die bij jullie wonen als geboren Israëlieten. Heb hen lief als jezelf, want jullie zijn zelf vreemdelingen geweest in Egypte. Ik ben de HEER, jullie God.
Leviticus 19:33-34

Wanneer je de graanoogst binnenhaalt, oogst dan niet tot aan de rand van de akker en raap wat blijft liggen niet bijeen. En wanneer je bij de wijnoogst druiven plukt, loop dan niet alles nog eens na en raap niet bijeen wat op de grond is gevallen, maar laat het liggen voor de armen en de vreemdelingen. Ik ben de HEER, jullie God.
Leviticus 19:9-10

Want de HEER, uw God, is de hoogste God en Heer. Hij is de grote, de machtige, de ontzagwekkende God. Hij handelt zonder aanzien des persoons en is onomkoopbaar; hij verschaft weduwen en wezen recht, neemt vreemdelingen in bescherming en voorziet hen van voedsel en kleding. Ook u moet vreemdelingen met liefde behandelen, want u bent zelf vreemdelingen geweest in Egypte.
Deuteronomium 10:18-19

Opvallend dat er geregeld gewezen wordt op de geschiedenis: “help vreemdelingen omdat jullie ook vreemdelingen zijn geweest!”
Die hulp is onderdeel van de rechtvaardigheid die van de Israëlieten wordt geëist:

Ik zal naar jullie toe komen om recht te spreken, en ik zal niet aarzelen te getuigen tegen tovenaars en echtbrekers, tegen mensen die meineed plegen en mensen die hun dagloners uitbuiten, en tegen allen die weduwen en wezen onderdrukken en vreemdelingen geen plaats gunnen, want geen van allen hebben zij ontzag voor mij - zegt de HEER van de hemelse machten.
Maleachi 3:5

Als Job het heeft over zijn leven zegt hij:
Geen vreemdeling liet ik buiten overnachten,  voor elke reiziger opende ik mijn deuren.
Job 31:32

En de Heer zelf zegt dat hij de vreemdeling is!:
Want ik had honger en jullie gaven mij te eten, ik had dorst en jullie gaven mij te drinken. Ik was een vreemdeling, en jullie namen mij op,
Matteüs 25:35

We gaan de Heer toch niet weigeren bij de grens?



eilt