Wat Jezus niet heeft gezegd!

Soms denken we het zeker te weten: “dat heeft Jezus gezegd!” Maar als we
beter kijken dan blijkt het toch anders te liggen. Hier een tweetal voorbeelden
van uitspraken die Jezus zou hebben gedaan:

1 “Als je meer geloof had zou God je gebed verhoren.” 
... maar als u iets kunt doen, heb dan medelijden met ons en help ons.’Toen zei Jezus tegen hem: ‘Of ik iets kan doen? Alles is mogelijk voorwie gelooft.’ Meteen riep de vader van het kind uit: ‘Ik geloof! Kom mijnongeloof te hulp.’  (Marcus 9)
Een vader had een zieke zoon. Hij wilde wel geloven dat Jezus hem wilde
genezen maar twijfelde.
Zei Jezus: “Kom maar terug als je niet meer twijfelt”?
Nee – Jezus geneest.

En hulp bij twijfel of ongeloof komt vaker voor in de Bijbel. Denk aan Sara in
Genesis 18, het volk van Israël in Exodus 14. Of Naäman in 2 Koningen 5 en
Zacharias in Lucas 1.

De Bijbel laat het verhaal van Gods werk, trouw en verlossing zien – zelfs bij
ontrouw van mensen. Het is niet zo dat wij moeten geloven en vertrouwen
zodat Hij kan werken. God werkt, en nodigt ons uit om te geloven en te
vertrouwen.
Geloven en vertrouwen – zelfs als het gebed niet verhoord is. Terwijl dat
voldoende reden kan zijn om kwaad en boos te worden op God of te twijfelen
aan zijn macht...

2 “Twijfelen mag niet.”
Een van de twaalf, Thomas (dat betekent ‘tweeling’), was er niet bij toenJezus kwam. Toen de andere leerlingen hem vertelden: ‘Wij hebben deHeer gezien!’ zei hij: ‘Alleen als ik de wonden van de spijkers in zijnhanden zie en met mijn vingers kan voelen, en als ik mijn hand in zijn zijkan leggen, zal ik het geloven.’Een week later waren de leerlingen weer bij elkaar en Thomas was ernu ook bij. Terwijl de deuren gesloten waren, kwam Jezus in hun middenstaan. ‘Ik wens jullie vrede!’ zei hij, en daarna richtte hij zich totThomas: ‘Leg je vingers hier en kijk naar mijn handen, en leg je hand inmijn zij. Wees niet langer ongelovig, maar geloof.’Thomas antwoordde: ‘Mijn Heer, mijn God!’ Jezus zei tegen hem:‘Omdat je me gezien hebt, geloof je. Gelukkig zijn zij die niet zien entoch geloven.’ (Johannes 20)
Volgens mij is Thomas de enige leerling van Jezus die een bijnaam heeft
gekregen die zelfs ons woordenboek heeft gehaald: Ongelovige Thomas.
In allerlei Bijbelstudies doet men vaak negatief over hem. Maar laten we niet
vergeten dat hij niet de enige was die niet geloofde. Toen de leerlingen voor
het eerst hoorden van Jezus' opstanding geloofden zij het niet: 'Ze vertelden 
de apostelen wat er was gebeurd, maar die vonden het maar kletspraat en
geloofden hen niet.' (Lucas 24:11)
Thomas had de moed om toe te geven dat hij het niet geloofde. Hij zei: “Alleen
als ik de wonden van de spijkers in zijn handen zie en met mijn vingers kan
voelen, en als ik mijn hand in zijn zij kan leggen, zal ik het geloven.” (Johannes
20:25).
En toen Jezus en Thomas elkaar ontmoeten, werd Thomas niet bestraft. Hij
gaf Thomas zelfs wat hij nodig had. Hij nodigde Thomas uit om zijn wonden
aan te raken, pas daarna zei Jezus dat hij kon stoppen met twijfelen. Nergens
spreekt Jezus een veroordeling uit.

Twijfel kunnen we overwinnen door er eerlijk over te zijn. Spreek in je gebed
hardop uit waar je mee zit. Ook hier kunnen we bidden ‘Ik geloof! Kom mijn
ongeloof te hulp’!
Zoals de mensheid veel ontdekkingen heeft gedaan door te twijfelen en vragen
te stellen zo kunnen gelovigen groeien in hun geloof door in hun gebed die
eerlijke vragen niet uit de weg te gaan.
De HERE is nabij de gebrokenen van harten Hij verlost de verslagenen van geest. (Psalm 34:19)

(geschreven voor Kontakt, het maandblad van de Baptisten Gemeente Veendam)