Het woord (3)

Veel mensen vinden het wel mooi: bloemrijk taalgebruik. Ook de schrijvers van de Bijbel maakten daar gebruik van. Veel spreekwoorden, gezegden en gelijkenissen. 

In de Bijbel in Gewone Taal hebben ze veel van die uitdrukkingen vervangen door wat ze werkelijk bedoelden. Daardoor is de tekst vaak heel anders dan andere vertalingen. Maar tegelijk is het een mooi hulpmiddel om een Bijbelstudie te doen: lees hetzelfde stuk in twee verschillende vertalingen.

Een voorbeeld. Uit Prediker 11:3-5, Cursief is de Nieuwe Bijbelvertaling; vet is de Bijbel in Gewone Taal.

3  De dag waarop de wachter trillend voor het huis staat, de soldaten kromgebogen voortgaan, de maalsters langzaamaan verdwijnen, de vrouwen uit het venster staren en een schaduw lijken.
3  Straks ben je oud. Je handen gaan trillen en je benen gaan krom staan. Je tanden vallen uit je mond. Je ogen zien niets meer.
4  Wanneer de deuren naar de straat worden gesloten, de molen geen geluid meer maakt, het fluiten van de vogels ijl van toon wordt, wanneer hun lied versterft.
4  Je oren horen niet meer wat er buiten gebeurt. Je stem is bijna niet meer te horen. Je hoort het geluid van de vogels niet meer.
5  Je durft geen heuvel te beklimmen, de weg is vol gevaar. De amandelboom behoudt zijn wintertooi, de sprinkhaan sleept zich voort, de kapperbes droogt uit. Een mens gaat naar zijn eeuwig huis, een klaagzang vult de straat.
5  Je durft geen heuvel meer op te klimmen. Je vindt het gevaarlijk op de weg. Je haren zijn grijs geworden en je komt nog maar met moeite vooruit. Je verlangt nergens meer naar. En ten slotte ga je dood. Dan wordt er om je gehuild in de straten.
In de herfst komt de Bijbel in Gewone Taal uit. Zie www.bijbelingewonetaal.nl